R"ýa+ju,xx5öëCâuªÑw(þw™ ‘H—j‘ÌŸ« m™Jª¨n !*b))á@HS^F‡FÛTCE…¿¸® ‘„FÚÊòzúš¤hÈ¥V±@Öwa<Ï3y@TS¶†¼+ËA!Úa=ÅtpoyªÎ`•ãsí†ÎßÏ 3<’§Ž£m\ñR;tß'̉¢¹‚f/ï&õÌS¼‡S¦E‘Þe]¨JÐÚ:S -̹„”<9+eâg{ŽŒÆ{T¦¸ìö9ŒÂPA ïSáqTB"{¼eÚ2Inß°Úw1/AÚqж77.uY*”âm±¶y%¸–7žÞ#ºZ‘ʤkCÜK{ÕÕ=“«r,ÎԏËÛ²Z=ËïP{u°4 -ÎBi\4€´ƒ‚ ¡§+A‰ ¾ò’x±©>ó£ÙV¦†qçðMþc¨.V„PóÚT­ûO],ÞC곘*­êÄïæf“ôε¾è÷“zæ*3whê¹ËѝšºªSÃm!#‡«THP«'Õ,smi+ZEâšiT¤ ½¥¤z(÷éHÁiC@Q˃Ì^\Çkc-¼· £v_1Ê"ƤúÈÒčÕ^ÊÖë¢zú‰-äÆ]ùÑÒ"D\…<†¼=:1,}¨P2tßW/guAö£aô_šÁœ(†8~¦ÿƸsð7ÃE¶ÎТȬó\ÁçÃ2 ‘ 3#áZðÒåsK ; éaòUœÁ:é„‹©oò.oÒÕ ¹#Ëd.Hf&¦Œ”šË5ðCj «S±H˯“zæ+¨_toLXØF'ŽÎ_$,–åÓ½NêúMuʹ ª ʲòX—C…èi¸œM©4úèÌŸnž'—y!Ô•» Ó½'·±âŒ1ü³Æ±ºƒû@’ì:Ë!´ÕsS.¥»Áõ/M]`’ôX¼¥LwóMƒQ†æ+¸Ž{4P Bžeª—ÒŸ”³Y梙§¶i-$Åü+´ÒM$t`Jrî;yÖ©¯5m+j¸ÕtkØz–;¡9Ämâ²V]†€Ðð?Ñ®q-*êà·š\ZºCž¼ŠáÑj’¬Nv1#™¿–¬W5ŠW1U<ž[g’¹®*ÔÎHS6é"'PÞ­5 —´“fr\Y_Iom,2Ijë+¨ðxA¨oZüݺ¯,•tði+|ˆÑœÁpůqÙ‹™¬æheÈ7!¥FãÀ÷^»lˆ>6‚+&bæ—ɽGóÐzkó.)mÅ®FŠü·7o-rï8y­Y£–‰ÇâX÷%–‹»Žõ:Í°à´l‚˜â3÷v7eÛ)æb @xò!ª§WB’øADf:Êk‹ä¹k­.b·K Ë_ªH´hÚÂEµHt!ˆüÀÊ›xÑdŽÝmTÕ“j–ÝÏ…<^Ý9ñŒéFÛoýÝŒsG9ÜF’6ܧ †aʧ•4¯%k”ñõT’²ÇtùÀy‚›XR"V%‰¯#^…™,TAj’ÃóÊIŠ^CÂ ØŠÑ \/r¯A €È‡k´(r]_¸Ì…µºÇ £Û\#[XØÉ$N‚»Ã»™å { 2®¦i|‹Ôg0_3eþ)v?ß“ôνëo€ú#ÅýäÞ£ùŠÑ%e4d.raiž¾¶ I Aò7ìîÒ_\˜ÙNìz½•¿X ó#YßtìNƒj³ãóÐÝCG•e§ÕJu…ð–”Ý FDOñV¨Tùb% AØ*I÷èvJ£@†Ÿ"ŽH†=»†ÒO24mµ-Åh.mUC´±FP ÊâPM=éÓ@%fsJöLËÜ"Ái:ªó&#çÚìC7÷ue›9P¶>ÔÙ%ÇÏxêZêXŸ‹~^'èÖI*jºxH™ :Œæ åPŒ­Ù<ŒÒñwnçøÛàâþòoQüÅ@Ò Rºm=x¯©EÂ]USÛÜÎŽ6*Ghй Ú¬8…c°êKˆÀ[ $ZPמ²IvÄæÉÚ¬y,ÈÎòdí ¬oŽFæLiL§ñ÷±o‚äK'=´N“繧(Gå‚KËŽ.è,Ñn…‡Õ }–ÖÇ5íÉjX´NͤBÚFPƃr—»xkÞJèáq{ŠFsÍ2øü”™ –ŽÖgF•Ê²ÆäXö®½Þf ¸X3¦b˜]éש\ؤ Èú‡oäÄå;9Çîßá§~D{ÃHX~"ùÑ“Ú–Ç“¬æ?»†«ò#ÞBŸ|èÉÀíK”'¤Ã×ü5?"=á¤)ñÎŒœÔ§L~I9YÍ_Ù¿ÃUçFpÒ§Ä_:2p;RƲË1ãi?Ý¿ÃT&xiSâ/8©m–P)?Ý¿ÃPÍót©ñÎŒœÔ™ã5låâŽx^œGúÅ)¤Hèiü„m¯ƒú¥àv¥rÀuÅÜoˆÍÚ“o-<«’Œ¡$¬x §X¤ûšááTG ¾铁ڑŒØ¼sÚ#VHÛihØЏ €Gf|de¨+«†\/"ótR4¶Ö:–ŽåÿÙ" /> Roofvissen in de huiskamer

 

Roofvissen in de huiskamer.

 

Hij kijkt me recht in de ogen.

Hij hangt zwevend tussen de waterplanten.

Alleen zijn borstvinnen en kieuwdeksels bewegen.

Af en toe draait hij raar met z'n ogen en spert zijn bek open alsof hij gaapt.

Hij heeft honger. Ik weet het en hij weet het ook ... het is voedertijd !

Ik schep met een netje een levendig voorntje uit de emmer, ik open het deksel van mijn aquarium ... ik keer het netje om ... boem! pats! kolk! ... knauw, slik ... weg ! Een vonkenregen van glinsterende schubben dwarrelt naar beneden, als herinnering aan een snelle maaltijd.

Hij slikt nog een keer of twee en parkeert dan weer geruisloos achteruit tussen de waterplanten.

Snoek, een fabelachtig mooi dier, waarop ik smoorverliefd ben. Ik zal je wat vertellen over de ervaringen die ik had met snoeken en snoekbaarzen in mijn aquarium. Wat losse observaties die voor jou als sportvisser interessant kunnen zijn.

 

Etenstijd.

 

Allereerst moet ik beginnen te vertellen dat het houden van roofvissen in je huiskamer gelijk is aan a) het verzorgen van een gróót aquarium, waarin slechts plaats is voor één hoofdrolspeler die (bijna) alle andere vissen in de bak compleet terroriseert  en b) het dag-in dag-uit vangen van- en zeulen met prooivissen. Nu maakt het in een aquarium een groot verschil of je een snoek of snoekbaars voorziet van een continue overmaat aan prooivissen, zodat ze als het ware tussen hun eigen voedsel zwemmen en rustig kunnen beslissen wanneer ze een van de vele visjes zullen grijpen ... óf.. dat je een voederpatroon instelt waarbij je op gezette tijden één enkel visje toedient. In het eerste geval pikken ze altijd het kleinste visje van de school er als eerste tussenuit en daarna ook steeds weer de kleinste van de resterende vissen. Ze doen dat bij voorkeur op een rustig moment ('s morgens vroeg, als ik niet met m'n snufferd voor het glas zit te kijken) en dat is voor mij als toeschouwer dus een saaie bedoening. Héél anders wordt het, als je telkens één enkel visje tegelijk geeft. Let dan goed op, want de snoek knalt er in de eerste seconde meteen keihard op.  Zó snel, dat het met het blote oog eigenlijk niet te volgen is. Wat zeker niet wil zeggen dat hij het visje ook daadwerkelijk te pakken heeft. Ik vind dat de snoek best vaak misgrijpt. Na zijn miskleun lijkt hij voor een moment de kluts kwijt te zijn. Daarvan maakt het geschrokken visje onmiddellijk gebruik door tussen de waterplanten weg te vluchten. Het is mooi om te zien hoe de snoek dan als het ware 'op wacht' blijft staan op de plek waar hij weet dat het visje ergens moet zitten. Beweegt het visje niet, dan beweegt ook de snoek niet.

 Hij wacht op een doorslaggevende prikkel op zijn netvlies om een volgend schot te kunnen inzetten. Meetstal is een enkel staart-trillinkje van het voorntje voor de snoek genoeg om keihard, dwars door de planten, toe te slaan. En dan is het ook raak.

 

Maagvulling.

 

De snoek grijpt het aasvisje overdwars, meestal aan de rugzijde en keert het met de kop richting keelgat. Na enkele slikbewegingen zie je de voorn stuiptrekkend in de rekbare buikwand van de snoek wegzakken. Maar om nou te zeggen dat hij van z'n maaltijd geniet,  nee. Zelfs als hij meerdere vissen achter elkaar pakt, is het hele eetgebeuren binnen een paar tellen gepiept. En mocht het een ècht grote hap zijn, dan vindt hij het geen enkel punt om de rest van de dag met een volle mond rond te zwemmen. In zijn maag wordt de voorste helft van de prooivis verteerd en de volgende ochtend vind ik dan een half verteerd achterlijf in de bak. In de regel kun je stellen dat naarmate de snoek hongeriger is, hij hoger in het water gaat zwemmen. Met een volle buik ligt hij meestal stijf tegen de bodem, maar zodra zijn honger toeneemt gaat hij dichter onder het oppervlak zwemmen. Je ziet hem dan vaak met zijn bek een soort gaap-beweging maken en met zijn ogen hele rare draaibewegingen maken, die waarschijnlijk bedoeld zijn om de mond- en oogspieren in staat van paraatheid te houden. Datzelfde doet hij met zijn lichaam. Je ziet hem tientallen keren per dag een eigenaardige slangachtige kronkelbeweging maken waarmee hij de lengtespieren in zijn gestroomlijnde lijf even oprekt, om het zaakje weer op scherp te zetten.

 

Snoekbaars op jacht.

 

In tegenstelling tot snoek ( die alleen naar een prooivis hapt als hij die ook daadwerkelijk wil opeten) valt de snoekbaars regelmatig andere vissen lastig. Hij doet agressieve uitvallen en bijt ze zonder ze echt te grijpen. De snoekbaarzen in mijn aquarium degraderen het prooivis-bestand meestal tot een gehavend zooitje,waarbij zelfs grotere karpers een knauw, schram of oplawaai kunnen krijgen. Wanneer de snoekbaars op jacht gaat, zwemt hij in etappes achter de prooivis aan ( terwijl de snoek vanuit stilstand een enkel schot waagt) en grijpt het visje vrijwel altijd bij de staart. In het begin kon ik mijn ogen niet geloven, want je gezonde verstand zegt dat een opgegeten visje het meest comfortabel met de kop naar voren door een slokdarm glijdt. Dan krijg je geen verstoppingen door uitstekende vinnen en rugstekels. Maar toch zie ik de snoekbaarzen in mijn huiskamer telkens weer een prooivis achterstevoren naar binnen werken. Dat komt ook doordat het prooivisje eerst héél voorzichtig van achteren wordt benaderd en ontzettend kritisch bekeken.

 Als het visje (nog) niet de gewenste bewegingen maakt, zwemt de snoekbaars er rustig achteraan. Hij blijft dicht in de buurt, soms zelfs zó dicht dat hij met zijn gesloten bek tegen het visje stoot. Hij lijkt eraan te ruiken zonder het te willen opeten. Het arme visje heeft zijn belager al lang in de gaten en probeert zo snel mogelijk weg te komen, maar het wordt tijdens zijn vluchtpoging door de pure topsnelheid van de snoekbaars ingehaald en al zwemmend in z'n geheel naar binnen gezogen. Zelfs baarzen en schele possen, met hun scherpe uitstaande stekels, gaan achterstevoren de gapende snoekbaarsmuil in !  Alsof je een sateetje eet, maar vergeten bent de stokjes eruit te halen.

Iets anders wat me opvalt is dat de snoekbaars na een maaltijd nog eens extra onrustig en agressief wordt. Het lijkt erop dat hij na de eerste hap de smaak pas goed te pakken heeft gekregen en er meteen nog een tweede of derde bij wil grijpen. Op andere momenten is hij sloom en teruggetrokken en weigert elk visje, al komt het nog zo dartel langshuppelen. Dit is typisch snoekbaars; op het ene moment fel en agressief, op een ander moment apathisch en lusteloos.

 

de Roof-visser

 

Maar wat kun je als sportvisser eigenlijk doen met al die observaties in een aquarium ? Kun je wel conclusies trekken uit het gedrag van een vis die niet in de vrije natuur leeft ? Ik denk het wel. Elke vissoort heeft zo zijn eigen typische gedrag, dat in de natuur door duizenden jaren van evolutie is gevormd. Dat verandert niet zomaar ineens als je de vis binnen een glazen behuizing zet. Hij blijft in grote lijnen het gedrag vertonen dat hij van zijn voorvaderen heeft meegekregen. Al zet je een snoek en een snoekbaars in hetzelfde aquarium, ze blijven zich absoluut verschillend gedragen. Het is slim om daar als sportvisser rekening mee te houden. Alleen al het feit dat ik zie dat mijn aquarium-snoekbaarzen echte staartenbijters zijn, breng me ertoe om ervoor te zorgen dat mijn kunstaas voortaan altijd is voorzien van een staartdreg. Zo zijn lange twisterstaarten achter een enkele haak voortaan taboe. Ik zal het op een geheide snoekbaarsstek ook minder gauw opgeven, omdat ik weet dat deze gast zich goed laat 'opnaaien' en omdat er zomaar ineens iets kan veranderen in de eetlust van die wispelturige stekelrover.

 

Voedselvoorkeur

 

Wat betreft voedsel-voorkeur heb ik uit mijn aquarium-observaties weinig conclusies kunnen trekken. Natuurlijk kon ik het niet nalaten om de hongerlappen een uitgekiend arsenaal aan (haakloze) kunstaasje voor te schotelen, om te testen of- en hoe ze zouden reageren op verschillende kleuren en vormen, maar hierop kreeg ik weinig respons. Waarschijnlijk doordat de slimmeriken mij ook in de gaten hebben ( als ik een stap opzij doe volgen ze me met hun ogen, dus ze kunnen ook dingen buiten het aquarium zien) en ze zullen aanvoelen dat ze door mij bedonderd worden. Als ik er levende prooivissen bij gooi, maakt het niet veel uit welke vissoort ik kies, maar ik moet wel zeggen dat de snoekbaars er het eerst de visjes tussenuit pikt die slank van vorm zijn. Telkens als ik twee prooivissen tegelijk (bijvoorbeeld een blankvoorn en een blei ) aan die stekeldrager voorzet, wordt de slankere blankvoorn als eerste gegrepen. Daar zal ik zeker aan denken als ik binnenkort weer een plug aan de lijn knoop. Verder ga ik ervoor zorgen dat mijn kunstaas nog wat lichter van gewicht wordt. Simpelweg omdat het naar binnen werken van een echte (in water zwevende) prooivis voor een snoekbaars aanzienlijk minder weerstand oplevert dan het naar binnen zuigen van een (relatief zwaar, zinkend) loden twisterkopje. Dat zou allemaal nog best wat subtieler kunnen. Aangezien snoekbaars er de voorkeur aan geeft om zijn prooi eerst even goed te bekijken en zelfs te besnuffelen denk ik dat het geen kwaad kan om je kunstaas nóg langzamer te verplaatsen en regelmatig pauzes in te lassen.

Bij het vissen op snoek kun je maar beter zéér dicht tegen plantenbedden aan te vissen ( want ze staan vrijwel altijd ergens in de dekking) èn ervoor zorgen dat je regelmatig naar een andere stek verkast , want als een snoek niet binnen enkele minuten zijn prooi heeft gegrepen, dan zit hij domweg ergens anders.  Ik hoop dat je ze zult kunnen vinden en dat je nog meer van hun schoonheid zult kunnen genieten.

De visgroeten,  ook namens mijn geschubde huisgenoten.

 

Geert Luinge